donderdag 9 oktober 2008
donderdag 3 april 2008
Vrijdag 14/3 vertrek Zaventem en aankomst Betlehem
Het is ongeveer 2 uur 's nachts (zaterdagmorgen 15 maart) wanneer we aan hotel Betlehem Inn toekomen. Het belooft een korte nacht te worden want vanaf morgen begint een druk programma. Iedereen is natuurlijk moe, maar al op weg van de luchthaven naar Betlehem worden me meteen met de realiteit geconfronteerd: we passeren de school in Jeruzalem waar kort geleden 8 joodse studenten zijn gedood door een Palestijnse schutter. Kort daarna rijden we door een checkpoint (een eerste in een oneindig lange reeks...) en aan het hotel volgt al meteen een grote schok. De 'muur' staat er pal voor op nauwelijks 5 meter. De meesten van onze groep zullen slapen in een kamer met uitzicht op de muur. Het is indrukwekkend (8 meter hoog mét uitkijktorens). De volgende morgen dringt het pas echt tot ons door. In een zijstraatje zien we de muur kilometersver kriskras door het landschap zigzaggen. Gedurende de hele reis zullen we er constant met geconfronteerd worden.
Zaterdag 15/3 Wadi Fukin, Nahalin, Tent of Nations, Betlehem (rouwplechtigheid)
We bezoeken het dorp Nahalin, een dorp dat zwaar te lijden heeft onder de bezetting en vooral door de muur en de bouw van de settlements. Net als vele dorpen rond Betlehem dreigt Nahalin volledig ontsloten te worden van de Westelijke Jordaanoever en dat zal zware gevolgen hebben voor de bewegingsvrijheid van de mensen. Nu al staat de controle op land en mensen ‘under occupation authority’. We hebben het al gehoord en zullen het nog vaker horen, maar ook in Nahalin mogen mannen jonger dan 35 jaar niet in Israël werken. Mannen ouder dan 35 jaar kunnen wel een aanvraag voor vergunning indienen. Ook hier een oorzaak van een ineenstortende economie. De Palestijnse gebieden kennen nu eenmaal een zéér jonge bevolking. Meer dan ooit is Nahalin nu afhankelijk van de landbouw, maar een echt grote bron van inkomsten is dit ook al niet. Er is namelijk geen echte markt om producten te verkopen. Door de minderinkomsten bij elk gezin slagen veel families er ook niet meer in hun kinderen verder te laten studeren. De bijna-omsluiting van het dorp heeft dus ook een impact op onderwijs en ontwikkeling van kinderen. Alsof dat niet genoeg is, krijgen de inwoners ook nog eens te maken met milieu-problemen. De omliggende settlements lozen vuil afvalwater van boven naar beneden, naar de Palestijnse dorpen toe.
De kliniek van Nahalin staat in voor 22.000 mensen uit Nahalin en omstreken. De hele regio zal een soort eiland worden als de weg naar Betlehem zal worden afgesloten. De kliniek beschikt over te weinig infrastructuur. Geen x-ray mogelijkheden, … De medewerkers zijn meestal vrijwilligers en contact met organisaties gebeurt via internet. Aandacht gaat nu meer en meer uit naar voedselvoorziening. Er worden serres en waterreservoirs gebouwd met als doel de mensen te laten blijven in Nahalin.
Binnen enkele maanden is het dus zover: dan zal de muur compleet zijn. En de inwoners van Nahalin en de omliggende dorpen hebben geen andere opties. Ironisch genoeg zijn zij het die de muur en de settlements helpen bouwen en zichzelf zo ingraven als het ware. Maar anders hebben ze geen inkomen of geen job! Uitstel van executie? Ook voor toeristen zal het moeilijker worden om de Betlehem-regio te bezoeken. Inkomsten van toerisme dreigen dus ook fors te dalen. Ondanks besef en sympathie bij Israëlische vredesactivisten is er te weinig echt contact om van een samenwerking te spreken. En de best opgeleide mensen maken nu van de gelegenheid gebruik om te emigreren. Volgens de vertegenwoordigers van het plaatselijk comité is de beste oplossing ‘to react in a nonviolent and constructive way’. Op zich is de muur zelf niet probleem van ingesloten te zitten vertelt iemand: Gaza heeft geen muur rondomrond en toch is het ook een gevangenis. Israël controleert de grond, de zee en de lucht op zo’n manier dat er geen muur nodig is.
De kliniek van Nahalin staat in voor 22.000 mensen uit Nahalin en omstreken. De hele regio zal een soort eiland worden als de weg naar Betlehem zal worden afgesloten. De kliniek beschikt over te weinig infrastructuur. Geen x-ray mogelijkheden, … De medewerkers zijn meestal vrijwilligers en contact met organisaties gebeurt via internet. Aandacht gaat nu meer en meer uit naar voedselvoorziening. Er worden serres en waterreservoirs gebouwd met als doel de mensen te laten blijven in Nahalin.
Binnen enkele maanden is het dus zover: dan zal de muur compleet zijn. En de inwoners van Nahalin en de omliggende dorpen hebben geen andere opties. Ironisch genoeg zijn zij het die de muur en de settlements helpen bouwen en zichzelf zo ingraven als het ware. Maar anders hebben ze geen inkomen of geen job! Uitstel van executie? Ook voor toeristen zal het moeilijker worden om de Betlehem-regio te bezoeken. Inkomsten van toerisme dreigen dus ook fors te dalen. Ondanks besef en sympathie bij Israëlische vredesactivisten is er te weinig echt contact om van een samenwerking te spreken. En de best opgeleide mensen maken nu van de gelegenheid gebruik om te emigreren. Volgens de vertegenwoordigers van het plaatselijk comité is de beste oplossing ‘to react in a nonviolent and constructive way’. Op zich is de muur zelf niet probleem van ingesloten te zitten vertelt iemand: Gaza heeft geen muur rondomrond en toch is het ook een gevangenis. Israël controleert de grond, de zee en de lucht op zo’n manier dat er geen muur nodig is.
Het loopt ondertussen tegen de middag aan, maar vooraleer we lunchen bezoeken we nog het ‘Tent of Nations’-project wat verderop. Ook dit stukje Palestijns grond is volledig omsingeld door settlements. ‘Tent of Nations’ biedt een mogelijkheid aan kinderen om zich uit te leven op een speelveld, voor geiten te zorgen,… Vrijwilligers kunnen er steeds terecht voor een werkstage/-kamp, … Deze zomer zal er naar alle waarschijnlijkheid een muziekfestival plaatsvinden met en voor kinderen die zelf muziekinstrumenten zullen maken en bespelen. Eerder is er al eens een toneelversie van Romeo en Julia opgevoerd. De projectleider vertelt het verhaal van settlers die met geweren een kijkje kwamen nemen. Hij vraagt zich af: “waarom wordt gezegd dat settlers die wapens dragen zich verdedigen en dat Palestijnen die wapens dragen terroristen zijn?" Toch wel een zeer gespannen situatie met de settlers. Eén van de wegen van Nahalin naar Tent of Nations is ook zomaar geblokkeerd door grote rotsblokken. Anders riskeer je te dicht bij de kolonisten te komen.
We zijn nu nog maar drie dagen ter plaatse maar ik begin toch al een goed zicht te krijgen op problematiek van settlements en bypassroads. De bypassroads zijn heel opmerkelijk: enkel voorbestemd voor Israëli’s! Die wegen zijn heel goed onderhouden en modern. Wat een verschil met de smalle, vuile en hobbelige Palestijnse wegen. En alles wordt zo met elkaar verbonden zodat niemand er last van heeft. Wat de Palestijnen betreft: alles op 300 meter van bypassroads moet eraan geloven!.
In de namiddag bezoeken we Church of Nativity en Sheperd’s Field in Betlehem. We maken met andere woorden van de gelegenheid gebruik om enkele toeristische trekpleisters te bezoeken. Alvorens we de Geboortekerk betreden zien we dat er op het plein daarvoor een manifestatie gaande is en de plaats hangt vol met posters van strijders. Ik heb de indruk dat het gebeuren daar ons meer interesseert dan de geschiedenis van de kerk. En de uitleg in de kerk en Sheperd’s Field hoefde niet zo uitgebreid te zijn. Na dit ‘verplicht’ bezoekje krijgen we enkele uren vrij en de hele groep gaat eindelijk naar het plein om uit te vissen wat er gaande is. Het blijkt om de herdenking van de dood van vier militanten te gaan, zowel in een aparte zaal voor de vrouwen als in een grote tent voor de mannen. De sfeer is militant en het schreeuwen van de vrouwen zorgt voor een opgehitste sfeer. Toch zijn we welkom om ons medeleven aan de nabestaanden te betuigen. De meesten gaan de vrouwenruimte binnen en het filmen van het hele gebeuren door Mark wordt zeker niet tegengehouden, integendeel. Daarna ga ik mee naar de mannentent. We schuiven aan en schudden van zeker honderd mannen de hand. Die blijken onze aanwezigheid echt te appreciëren en dat stelt me ook wel op mijn gemak. Toch zit ik met een dubbel gevoel. De herdenking draait uiteindelijk om de dood van vier mannen die wel het een en ander op hun kerfstok hadden. Als mensenrechtenactivist kan ik nooit of te nimmer geweld goedkeuren, door welke partij ook gepleegd. Anderzijds kan ik niet akkoord gaan met extrajudiciële executies, het elimineren van Palestijnen zonder enige vorm van proces. En om die reden wil ik wel aanwezig zijn om mijn medeleven met de nabestaanden te betuigen. De vier zijn nu dus martelaren en hun afbeeldingen worden op posters gedrukt en massaal uitgedeeld/verkocht. Vele medereizigers nemen er een mee als souvenir. En het lijkt me ook wel wat om mee uit te pakken thuis. Maar ik neem er geen mee. Ik geef het eerlijk toe: ik was en ben als de dood voor de controle op de luchthaven. Het niet meenemen van de poster blijkt de juiste beslissing te zijn achteraf: ik mag me bij terugkeer verwachten aan een uitgebreide controle op de luchthaven! Wordt de hele missie niet in gevaar gebracht door het meenemen van dergelijke ‘souvenirs’? Stel dat dat zo’n poster toch wordt ontdekt bij één of andere checkpoint of controlepost. Riskeert de hele groep dan niet opgehouden te worden? En dan heb ik het nog niet over het meenemen van kogels…
Zondag 16/3 Hebron (oude stad, Hebron Rehabilitation Centre), olijfplantage, settlement en Deheisheh Refugee Camp
Nieuw busje en nieuwe gids (Rafad, de broer van de gids van gisteren) voor onze uitstap vandaag naar Hebron. Normaal gezien is het 12 kilometer van Betlehem naar Hebron. Maar door wegversperringen, checkpoints, controles, bypassroads, … zijn het er nu 25 kilometer. Rafad waarschuwt ons: 95% van de inwoners van Hebron stemt voor Hamas en de bevolking zou er één van de meest conservatieve zijn van de hele Westbank. Eerst bezoeken we de oude stad met de Abraham-moskee. Bij de ingang van de oude stad stuiten we meteen op een eerste zwaar beveiligde Israëlische post. Die beschermen eigenlijk de paar honderd joodse kolonisten die 1 of 2 verdiepingen boven de winkels en de suq wonen van de oude stad. Alle straten zijn overdekt met gaas en golfplaten. Het verhaal dat ik eerder hoorde klopt wel degelijk. De kolonisten gooien hun afval (ik zie stenen, brokken beton en met water gevulde colaflessen, …) naar beneden. Jan, die er vorig jaar ook was, vertelt dat er ook soms uitwerpselen naar beneden werden gegooid. Aan de Abraham-moskee drie controles op nog geen 100 meter. Ik krijg de indruk dat we nu strenger worden gecontroleerd dan tijdens de hele heenreis van Brussel naar Tel Aviv. De tweede is de moeilijkste: doorzoeken van de rugzak en door de detector. En raar maar waar, de Israëlische soldaten zijn verrassend vriendelijk. “Enjoy your stay”, krijg ik te horen. Een paar tientallen meters verder: zelfde procedure. Een praatje slaan met soldaten in de uitkijktoren vlak naast een joods huis is geen enkel probleem. Foto’s trekken ook geen probleem. In de moskee zien we de tombes van Rebecca en Isaac, een houten ‘preekstoel’ dat uit de tijd van Sallahedin stamt (uniek en van onschatbare waarde) en…. de kogelgaten (wat krakkemikkig geplamuurd) van de aanslag in 1994 door Baruch Goldstein die 50 biddende moslims met een machinegeweer neermaaide. De vrouwen moeten een lang bruin gewaad dragen dat ook het hoofd bedekt met een kap.
Hebron telt 160.000 inwoners (Palestijnen) en 400 joodse kolonisten. Die laatsten zorgen ervoor dat het leven van de Palestijnen bijzonder ingewikkeld wordt gemaakt. De absurde situatie gaat terug tot 1968 toen een joodse familie naar Hebron kwam om Pesach te vieren. Ze gingen nooit meer weg en dat betekende de start van de joodse kolonie midden in het oude stadsgedeelte. Sindsdien zijn maar liefst 101 checkpoints en controleposten opgericht in de oude stad. Er is zelfs sprake van een ‘one-way’ voetgangerspad. Steegjes worden soms afgesloten door een stenen muur, zodat het oud lijkt. 500 winkels zijn gesloten wat een enorme slag voor de lokale economie betekent. Een rij winkels dat grenst aan de kolonie lijkt aan de voorkant gewoon gesloten, op foto’s is te zien dat de achterkant volledig vernield is. Sommige wegen, voorbestemd voor de kolonisten zijn 12 meter breed, maar enkel het 1-meter brede voetpad mag door de Palestijnen gebruikt worden. Het cultureel erfgoed heeft ook zwaar te lijden onder de aanwezigheid van de kolonisten. 22 van Hebrons oudste huizen (tot 400 jaar oud) zijn vernield enkel en alleen voor het verbreden van een weg.
Het Hebron Rehabilitation Centre zelf is opgericht in 1996 en focust op sociale, economische en culturele projecten. De organisatie krijgt grote financiële steun van een aantal Europese landen. Met die middelen zijn reeds 800 oude huizen gerenoveerd en zijn al 4000 Palestijnen teruggekeerd om de oude stad nieuw leven in te blazen. Eigenlijk wordt hier zelfde principe toegepast als voor de bewoners van de joodse settlements: ook hier krijgen nieuwe bewoners gratis elektriciteit, water én een ziekteverzekering.
We eten een falafel als lunch bij een eetstalletje op straat en wanneer we de bus instappen nemen we iemand mee die wat verderop de nodige uitleg zal geven bij een olijfboomplantage. Daarna wil hij ons kost wat kost een paar 2000 jaar oude olijfbomen tonen. Ik kan dat eerst niet geloven, maar een eeuwenoude plantage met bomen van 100 tot 200 jaar oud (stevige boompjes met een forse stam) blijkt een viertal megabomen te herbergen met een stamomtrek van maar liefst 6 meter. Dergelijke bomen moeten wel oeroud zijn. Sommigen beweren dat 2000 jaar zelfs nog een voorzichtige schatting is. Als je erover nadenkt dat deze bomen in Romeinse tijdens zijn geplant en nu nog steeds vruchten dragen (!!!!) is dat eht wel ongelooflijk. Op het veld blijkt wat verderop een hele familie met een heel oude vrouw te zitten genieten van de rust en de schaduw. We worden vriendelijk begroet en worden uitgenodigd voor thee en koffie, maar de tijd laat het helaas niet toe. We moeten dringend naar afspraak met settler in settlement. En een bezoek aan het Deisheh Refugee Camp in Betlehem staat ook nog op het programma.
We laten een bezoek aan een andere olijboomgaard vallen want de kolonist die ons wil spreken staat op uur. Ik merk enige zenuwachtigheid bij onze Palestijnse gids. Het is niet evident als Palestijn om eventjes een bezoekje te brengen aan een settlement. Ik heb ook de indruk dat alles niet te opzichtig mag gebeuren. Bij het binnenrijden van de settlement krijgt de gids een telefoontje van de settler met de vraag om eventjes aan de zijkant van de weg te stoppen tot moment dat settler passeert. Wanneer dit gebeurt krijgen we opdracht om onmiddellijk achter hem aan te rijden. We stoppen aan de synagoge. Mijn eerste indruk van de settlement is dat van een Amerikaanse suburb, maar ook van een Legostadje, met alles erop en eraan en mooi afgewerkt. Ik ben ervan overtuigd dat het leven daar best wel leuk kan zijn, alles is voorzien, modern, rustig, … Alleen staat het op de verkeerde plaats. Ik ben wat nerveus. Onze gids vroeg om voorzichtig te zijn in hetgeen we vertellen. Zeggen dat we van VPK een solidariteitsmissie met de Palestijnen doen houden we best voor onszelf. We nemen plaats op bankjes naast elkaar en de settler neemt plaats vlak voor ons. Hij stelt zich voor als A. Goldmann, ‘born in Chicago’ en al 23 jaar in settlement. Hij vraagt wie we zijn, wat we doen en waarvoor we hier zijn. Niemand durft te antwoorden en kijkt wat naar elkaar, of in het rond, of naar de grond (zoals vroeger in klas als leraar iets vroeg wat je net wou dat hij niet vroeg en je vreest dat net jij er wordt uitgepikt om te antwoorden). Maar Jan laat zich niet van de wijs brengen en vertelt op een rustige manier dat hij verbonden is met Oxfam Wereldwinkels, dat de hele groep zich links orienteert op het politieke vlak, … Goldmann zegt dat hij daar niet van schrikt: hij ontvangt elk jaar zo’n 100 groepen die de Palestijnse gebieden bezoekt en graag een settlement mee opneemt in het programma. Dat stelt , denk ik, ons enigszins gerust. We kunnen dus nu eerlijk zijn in hetgeen we vertellen en vragen. Goldmann waarschuwt ons meteen (maar dat vermoedden we al) dat we elkaar waarschijnlijk niet zullen kunnen overtuigen van elks gelijk. “Let’s agree to disagree”, stelt hij. Meteen gevolgd door een controversiële uitspraak: “My grandfather was a Palestininan.” Blijkt dat die grootvader ergens uit het Oostblok naar Palestina (toen Brits mandaatgebied) emigreerde en natuurlijk stond toen op zijn pas ‘Palestininan’. De muur blijkt hij ook te zien als een noodzakelijke maatregel tegen terrorisme. Het gaat hem ook niet om het feit dat de Arabische landen vrijwel allemaal de staat Israël erkennen. Het gaat hem om het feit dat de Arabische landen het RECHT van de joden om in de staat Israël te wonen niet erkennen. De discussie wordt wat bitsig, en echt praten lukt niet meer. Rafad besluit om er een einde aan te maken. We nemen uiteindelijk op een volwassen manier afscheid (en ik ben eigenlijk echt wel blij dat ik dit heb meegemaakt en ik voel zelfs enig respect voor settler dat hij die uiteenzettingen wil blijven doen, goedwetende dat dit toch niks uitmaakt). Of denkt hij zoals vele Jehova’s: als ik er in mijn leven ook maar één van tegendeel kan overtuigen , …??? We vragen gids en chauffeur om nog eventjes rond te rijden op settlement om foto’s te nemen. Ze gaan er ferm tegen hun zin toch mee akkoord. We rijden wat rond en stoppen op een parking om wat foto’s te nemen. Nog geen twee minuten later staat daar een andere settler te vragen wat we daar doen en wie we zijn. Het is nu genoeg geweest en springen in busje terug naar Betlehem.
Het begint nu te schemeren en we bezoeken nog snel Deheisheh Refugee Camp. We krijgen er een rondleiding door Jihad Ramadan, een jonge gast die heel erg lijkt op Ché Guevarra. En het eerste wat hij zegt is: “I’m a communist!”. We krijgen wat geschiedenis voorgeschoteld (kamp begon in ’48 als tentenkamp en de tenten van toen zijn nu huizen van soms 5 verdiepingen hoog geworden. De straatjes zijn smal en ik heb het gevoel dat er alleen maar kinderen wonen. Overal kinderen! Ché Guevarra zal ik veel zien op reis door Westbank, en marxistisch geïnspireerd verzet lijkt wel typisch voor de vluchtelingenkampen.
Ik zie veel borden van UNRWA en het gemeenschapscentrum lijkt ook uitgerust met verschillende pc’s en internet. Er is ook een basket, volley, voetbal, dans, … groep in het vluchtelingenkamp. Maar opgelet: grapjes in de zin van ‘dus na een Israëlische bulldozerinval heb je er meteen een voetbalveld bij’ worden NIET geapprecieerd. De situatie en de levensomstandigheden in het kamp zijn fel verbeterd en op beste niveau ooit. Maar dat is dus nu niet echt grootste probleem meer van de vluchtelingen. Grootste probleem is en blijft het feit dat ze vastzitten en bijvoorbeeld niet naar Jeruzalem kunnen/mogen.
Ik zie veel borden van UNRWA en het gemeenschapscentrum lijkt ook uitgerust met verschillende pc’s en internet. Er is ook een basket, volley, voetbal, dans, … groep in het vluchtelingenkamp. Maar opgelet: grapjes in de zin van ‘dus na een Israëlische bulldozerinval heb je er meteen een voetbalveld bij’ worden NIET geapprecieerd. De situatie en de levensomstandigheden in het kamp zijn fel verbeterd en op beste niveau ooit. Maar dat is dus nu niet echt grootste probleem meer van de vluchtelingen. Grootste probleem is en blijft het feit dat ze vastzitten en bijvoorbeeld niet naar Jeruzalem kunnen/mogen.
Maandag 17/3 Checkpoint Betlehem, Jeruzalem, ICAHD-tour
De wekker loopt af om 4u! Om 4.30u komen een Noor en een Poolse van de organisatie Eucumenical Accompinier ons ophalen. We wandelen vanaf het hotel een kleine 10 minuten langs de muur en passeren het bekende huis dat dat langs drie kanten door de muur ingesloten is. De kunstenaar Banksy heeft hier in de buurt enkele muurschilderijen gemaakt. De mensen van Eucumenical accompniner hebben ons gewaarschuwd: aan de checkpoint kan het er hevig aan toe gaan door de drukte, het geduw en het gedrag van de soldaten. Er staat al een lange rij en massa groeit snel aan. Het is nu 4.45u en duizenden Palestijnen zijn op weg naar hun werk in Israël. Iemand zegt tegen een man dat de muur een schande is en weg moet. “Ben je gek?”, roept hij uit, “dan verlies ik mijn werk!”. Hij bouwt namelijk mee aan de muur. De mensen van EA wringen zich door de massa heen en ze krijgen veel schouderklopjes. Het wordt enorm geapprecieerd wat ze doen. We nemen foto’s en gaan terug naar hotel voor ontbijt. Onmiddellijk daarna keren we terug. Het is er nu kalmer en deze keer schuiven we mee aan. We kiezen voor de moeilijke weg om naar Jeruzalem te gaan. Het gaat ‘snel’, in plaats van 2 uur aanschuiven klaren we de klus in een goed uur. We worden 2 keer gecontroleerd. Na de eerste pascontrole komen we in een terminal terecht dat sterk op een gevangenis lijkt. Soldaten staan op platforms met wapen in de aanslag en houden de menigte in de gaten. In de rij is er soms wat rumoer en er wordt wat getrokken en geduwd. In de rij buiten zagen we dat velen opzij langs de tralies lopen en over hek klimmen. De mensen van EA zeggen dat ze de dag ervoor gezien hebben dat mensen in de terminal over elkaar heen kropen. Vrouwen en zieken krijgen steeds voorrang. De mannen in de rij zijn vrij oud. Onder de 35 jaar krijg je namelijk geen toestemming om van Westbank naar Jeruzalem te gaan. Bij de grote controle binnen krijgen sommigen van de groep problemen. Niet iedereen heeft namelijk stempel van douane op luchthaven in zijn of haar pas. De visumstempel hebben sommigen toen op een apart papiertje gekregen en onmiddellijk daarna werd dat weer afgenomen. Uiteindelijk wordt die uitleg wel aanvaard. Opmerkelijk, de Palestijnen moeten hun hand laten scannen! De soldaten zijn echt jong, zeker nog geen twintig, en toch staan ze met enorm veel zelfvertrouwen (of ligt het aan het machtsgevoel wanneer je een automatisch geweer rond je nekt hebt) de boel te controleren. Ik vind dat vernederend. En dan zijn we plots aan de andere kant, in Israël. Ik kijk nog even om naar de muur en ik lees een groot opschrift: “Peace be with you – ministry of tourism”.
Met het openbaar vervoer gaan we naar Jeruzalem en we worden afgezet aan Damascus Gate, één van de oude toegangspoorten tot de oude stad. Er staat veel op het programma, maar het loopt wel een beetje in het honderd. We zitten wat achter op schema en spoedden ons door de suq naar de klaagmuur. Maar guess what: grote controle net voor de klaagmuur en dat betekent, broeksriem uit, kleingeld wegsteken en alle andere metalen voorwerpen in rugzak steken alvorens door de detector te wandelen. Marie-Thérèse zegt vriendelijk goeiendag in het Arabisch tegen een voorbijganger. Maar die reageert heel nors: “I’m a Jew, you should also learn words from our side.” Aan de klaagmuur zijn enkele Bar Mitzva’s bezig.
We gaan verder om Al Aqsa moskee en Rotskoepel te bezichtigen. Hier kijk ik enorm naar uit omdat ik 10 jaar gelden hier al eens was en toen was het hele complex gesoten voor toeristen. Geloof het of niet, maar er staat ons eerst een grote controle te wachten. Na lang aanschuiven weet een soldaat ons te vertellen dat het gesloten is. Hij vr zegt ons om tegen 12.30u terug te komen. Blijkbaar heeft gids geen zin om terug door grote controle te gaan via Klaagmuur om zo de Church of Holy Sepulchre te bereiken. Op zijn aangeven maken we grote omweg buiten de stadsmuren om via Armenian Quarter terug de oude stad binnen te wandelen (en dus zonder controles). We lopen door suq heen en weer en verliezen toch weer flink tijd omdat er altijd wel iemand is die iets opmerkelijks ziet in een winkeltje. Ik merk dat gids het wat op zijn heupen krijgt van geslenter en getreuzel. Niet makkelijk ook om groep van 12 bijeen te houden in drukte van suq van Jeruzalem. We doen Via Dolorosa (saai) en Church of Holy Sepulchre (in sneltempo). We zijn al op van 4u vanmorgen en het is nu al 12.30u, maar we kunnen gerust nog wel wachten met eten omdat we kost wat kost kans om Rotskoepel en Al Aqsa moskee niet aan ons voorbij willen laten gaan. We gaan opnieuw buiten de stadsmuren om naar controlepunt om moskee en Rotskoepel te zien. We schuiven opnieuw aan en dan loopt het een en ander verkeerd. Rafad, onze gids, blijkt niet over alle papieren te beschikken. Hij mag niet binnen. Hij had ons al gevraagd om te zeggen dat hij als vriend bij de groep hoorde. Maar dit verhaal werkt niet. Een dikke soldaat die wat op Sharon lijkt roept ‘GET OUT, YOU ARE NOT A FRIEND, YOU ARE NOT A FRIEND’!!! Wat een haat, afkeer en vernedering blijkt hieruit. Een snotaap-soldaat van nauwelijks 20 jaar commandeerd lustig mee en tegenstrubbelen heeft geen zin. Rafad moet weg. De reden blijkt uiteindelijk te zijn dat Palestijnse gidsen geen toeristen naar Al Aqsa mogen meebrengen. Alweer een pest-maatregel om de hele zaak nodeloos ingewikkeld te maken. Ook Ria mag niet binnen, zij heeft zonet een muziekinstrument gekocht en dat is verboden. Ondertussen ben ik al binnen op loopbrugnaar moskee toe met de rest. De situatie is wat chaotisch: Rafad en Ria mogen niet binnen. Maar Selwa besluit om te ruilen met Ria zodat groep toch als geheel naar binnen zou kunnen. Maar op loopbrug naast klaagmuur naar Al Aqsa toe stuiten we opnieuw op een controlepost en soldaten en die houden ons tegen met de boodschap ‘CLOSED’. Om van achterover te vallen! Selwa vraagt ons via telefoon om niet te discussi¨ren en om direct weg te gaan. Maar Jan wil niet met zich laten sollen en werd kwaad. Hij stond erop om persoonlijk te contrioleren of deur verderop effectief gesloten was. ‘You’re crazy’ zei een soldaat, maar Jan kreeg toch toestemming en kwam niet lang daarna terug om inderdaad vast te stellen dat de zaak gesloten was. Er wordt wat geruzied en geroepen. Een hekken gaat opzij open en er wordt ons aangemaand om langs daar weg te gaan. Aandringen heeft echt geen zin, neen is neen. Jan roep nog ‘bedankt voor gastvrijheid’ en dat wordt laconiek nog beantwoord met een ‘graag gedaan’ door een van de soldaten. ‘Tot morgen’, roept die nog na. Ik vrees dat we morgen terug het deksel op de neus zullen krijgen na dit voorval. We eten snel een falafel aan Damascus Gate en dan staat busje met een zekere Angela van ICAHD (Israeli Committee Against House Demolitions)
Dinsdag 18/3 Beit Seira, Bilin, Ramallah
We bezoeken het dorp Beit Seira. De mannen van het dorp werkten tot voor kort in Israël. Maar door de bouw van de muur zijn ze hun werk kwijt. Om in Israël te werken heeft men een vergunning nodig, maar die wordt enkel uitgereikt aan mannen ouder dan 40 jaar. Sommige mannen hebben zelfs nog op settlements gewerkt. In het dorp besloten enkele vrouwen het heft in eigen handen te nemen. Ze richtten creatieve projecten op om werk te creëren voor hun eigen mannen en zonen en om op die manier aan de nodige inkomsten te komen. Eén van de vrouwen heeft een steenkappersbedrijfje. Zij is de baas en haar zonen werken er. Hetzelfde geldt voor de andere projecten. “The minds of the projects are the women.” Elke familie telt 8 tot 10 mensen, dat horen we wel vaker in de Westbank. Dus een inkomen, hoe klein ook, is echt wel noodzakelijk. Een andere vrouw heeft een kippenboerderijtje, nog een andere vrouw maakt olijfolie. Er is verder ook nog een boerderij met koeien. We denken direct aan export naar Europa en dromen al van een samenwerking met Oxfam Wereldwinkels. Helaas is het project hiervoor te kleinschalig en niet professioneel. De eisen van Oxfam liggen duidelijk hoger. Het doel van de vrouwencoöperatieve is om op termijn met aandeelhouders te werken. Nu geeft elke vrouw een bepaalde som aan de associatie. En wie in nood is, leent geld, zonder rente te betalen. Ter volledigheid: er is ook nog een zeepfabriekje, bijenkorfproject, kleine winkel en een schoonheidssalon. Het probleem nu is dat het allemaal niet officieel is, het is niet geregistreerd als komittee. Van marketing van de producten is dus voorlopig geen sprake.
Van Beit Seira rijden we naar Bilin. Dit dorp begint stilaan wereldbekend te worden. Sinds 2005 organiseert een plaatselijke actiegroep elke vrijdag een vreedzame betoging tegen de muur. Maar ondanks vreedzame bedoelingen barst er soms geweld uit. Drie weken geleden is een Ierse activist in de hand geschoten. Zelf is ons uitdrukkelijk gevraagd vanuit het VPK om niet deel te nemen aan een betoging. De protestacties genieten bekendheid omdat steeds meer Israëli’s (de ‘Anarchists against the Wall’) en internationalen participeren. Arabische parlementsleden uit de Knesset doen ook vaak mee. Op videobeelden is te zien dat ook zij niet ontzien worden door slagen van de Israëlische soldaten. Stel je voor: parlementsleden worden geslagen door eigen leger!
De laatste ontmoeting van de dag is in Ramallah met Addameer. Mevrouw Sahar Francis ontvangt ons in haar nieuwe kantoor in Ramallah. Zij is één van de 5 advocaten van Addameer of ook Prisoners Support and Human Rights Association. Zoals vele vertegenwoordigers van plaatselijke mensenrechten- en vredesorganisaties houdt zij een vurig betoog over het belang en de werking van de organisatie. Vragen staat vrij en dat leverde boeiende inside informatie op. Mevrouw Francis somt eerst de belangrijkste werkzaamheden van de organisatie op. “We brengen bezoeken aan gevangenissen om de levensomstandigheden van de gevangenen na te gaan. De gevangenissen in Israël zijn vaak oude gebouwen met weinig licht en weinig verluchting. De gezondheid van vele gevangenen is dan ook ronduit slecht. Enkel de zwaar zieken worden verzorgd.” Volgens Francis zijn sinds begin 2007 tot nu al 8 gevangenen gestorven. Daarbovenop komen ook nog eens strenge regels in verband met contact met de familieleden van de gevangenen. “Telefonisch contact is meestal niet toegestaan en mannelijke familieleden tussen 16 en 46 jaar krijgen geen bezoekrecht. Voor diegenen die wel op bezoek kunnen wordt weinig tijd gegund,” aldus Francis.
De belangrijkste taak van Addameer is het verdedigen van Palestijnse gevangenen in militaire en burgerrechtbanken in Israël. Info over de cases komt meestal van de familie van de gevangenen zelf. Met 600 dossiers voor 5 advocaten blijft helaas geen tijd meer over voor advocacy en samenwerking op internationaal niveau. Francis waarschuwt voor optimistische berichten langs Israëlische zijde. Vaak wordt met veel poeha de vrijlating van enkele honderden of zelfs duizend Palestijnse gevangenen aangekondigd. Dat dit vaak gevolgd wordt door het arresteren van honderden nieuwe gevangenen is deprimerend en dat haalt dan weer de pers niet.
Vervolgens presenteert Francis ons enkele treffende cijfers. “Er zijn op dit moment 9300 Palestijnse politieke gevangenen in Israël. Daaronder bevinden zich 93 vrouwen en 320 kinderen (tussen 16 en 18 jaar). Er zijn al meerdere keren zwangere Palestijnse vrouwen opgesloten en in één geval is een vrouw na de geboorte van haar kind vastgebonden aan bed.” De dossiers worden ook vaak opgemaakt op basis van bekentenissen. “Maar over de manier waarop die bekentenissen zijn verkregen, wordt met geen woord gerept!” En in 99 procent van alle zaken volgt er een veroordeling. “Alsof werkelijk iedereen effectief schuldig is!”, roept Francis wanhopig uit. Een typisch probleem waar Addameer mee geconfronteerd wordt is het feit dat de straffen niet in verhouding staan tot de gepleegde activiteiten. Voor het gooien van stenen kan men tot 1,5 jaar achter de tralies belanden. En voor het plegen van dezelfde feiten wordt men als Israëli minder streng gestraft dan een Palestijn.
Francis beklaagt zich ook over de hypocriete houding van Israël op het verbod op foltering. Folteren is inderdaad bij wet verboden in Israël, maar Francis ziet sinds enkele jaren een verschuiving van fysieke naar psychische foltering. En fysieke foltering wordt toch nog toegepast in zaken waar de Israëlische autoriteiten snel info willen bekomen. Psychische foltering bestaat meestal uit het dreigen van het vernietigen van huizen en het beschuldigen van collaboratie.
Francis klaagt ook het probleem van administratieve detenties aan. Sommige Palestijnen zijn reeds tot 8 jaar in administratieve gevangenschap opgesloten zonder de reden te weten. In die gevallen wordt wel een dossier opgemaakt maar dat is geheim en een advocaat kan er niks met aanvangen. Er zijn gevallen bekend waar de persoon in kwestie pas in het laatste uur voor zijn vrijlating, na lange administratieve detentie, de reden van zijn arrestatie te horen krijgt.
Hoewel Francis het grootste deel van haar betoog praat over Palestijnse gevangenen in Israëlische gevangenissen, laat ze gelukkig niet na om ook binnen de Palestijnse gebieden enkele zaken aan te klagen. Tijdens de zware confrontaties tussen Hamas en Fatah hebben de Palestijnse Autoriteiten illegaal mensen gearresteerd en zijn er aanwijzingen voor folterpraktijken. “De toestand in de Palestijnse gevangenissen is een grote verantwoordelijkheid voor de huidige Palestijnse leiders. Ten eerste dreigt het gevaar dat het eigen Palestijnse volk zal revolteren tegen deze praktijken, maar het speelt vooral ook in de kaart van de Israëli’s .”
Tenslotte brengt Francis ook Amnesty ter sprake. Wanneer een Amnesty-delegatie in Israël/Bezette Gebieden is, wordt nooit nagelaten een bezoek te brengen aan Addameer voor het uitwisselen van up-to-date informatie.
Abonneren op:
Berichten (Atom)