donderdag 3 april 2008

Donderdag 20/3 Jenin Refugee Camp en Sakhnin

Volgens krantenberichten zijn vannacht 12 mensen door het Israëlisch leger opgepakt in de oude stad van Nablus. Door de vele verplaatsingen gisteren doorheen Nablus realiseer ik me eerst niet dat ons hotel vlak naast de oude stad ligt. Dat zie ik pas als ik door een raam van het hotel de moskee zie waar we gisteren langsliepen (en waar ons verteld werd dat het Israëlisch leger nog steeds geregeld binnenvalt en schiet op alles wat beweegt). We vertrekken met twee bustaxi’s naar Jenin. Het landschap onderweg is deze keer zeer groen en vruchtbaar. Net vóór Jenin stoppen we bij een begraafplaats. Er is een monument opgericht dat herinnert aan de Irakese strijders die in ’48 de Palestijnen meehielpen in de strijd tegen de Israëlische verovering. Er wordt ons verteld dat Irak het enige Arabische land was dat destijds meevocht. Alleen al daarom was en is er veel sympathie voor Irak onder de Palestijnen, getuige daarvan enkele affiches met het portret van Saddam Hoessein die we enkele keren zien.
Wat verderop bezoeken we het Jenin Refugee Camp, waar de fameuze Israëlische inval in 2002 tientallen slachtoffers maakte (en waarbij het Rode Kruis of de Rode Halve Maan drie dagen lang de toegang werd ontzegd!). We maken eerst een wandeling in het kamp en we zien een familie in de tuin van een verwoest huis zitten. Een man geeft water aan de planten en de rest van de familie zit gewoon buiten in woonkamerfauteuils. De hele buurt hangt vol met affiches en foto’s van martelaren. De straten zijn smal en klein, er lopen veel kinderen rond en we zien opnieuw een project (school) van UNRWA.






Het is nu tegen de middag en de zon brandt verschrikkelijk. Daarna bezoeken we één van de leukste projecten van de hele reis: een theaterzaal/cinema! Een joodse vrouw stichtte hier vele jaren terug een educatief/cultureel project dat de kinderen van het kamp een uitlaatklep kon geven. Bedoeling is om met dans, toneel, muziek, … aan cultureel verzet te doen dat meer impact kan hebben op de bezetting dan gewapend verzet. Ik koop er een DVD, ‘Arna’s Children’. Dat is een documentaire van de zoon van de oprichtster.
De toneelzaal heeft een heus podium en tribune en een projector en wit doek kunnen er in een mum van tijd een bioscoop van maken. Ten noorden van Ramallah is dit de enige plaats voor culturele activiteiten in de Westbank. Enkele jongens die ons de hele tijd al vergezelden blijken dansers te zijn in het centrum en willen ons een demonstratie geven. De muziek wordt keihard opgezet en een vijftal jongens dansen tot ze uitgeput zijn. De rest van de dag is vooral busrijden. Het is onze laatste dag op de Westbank en we rijden dus richting Israël. Een oorspronkelijk geplande korte route wordt geschrapt, omdat de checkpoint op de as Nablus-Jenin-Sakhnin gesloten zou zijn. We zijn verplicht een lange omweg te maken, via Tublas en de Jordaanse grens. Nog voor de grens met Israël houden we halt om te wachten op een Israëlische bus die ons komt oppikken om naar Sakhnin te gaan. We nemen afscheid van gids Rami en de twee chauffeurs. Zo dicht bij de Israëlische grens voelen zij zich niet echt op hun gemak en ze moeten nog een lange weg terug naar Nablus. Aan de checkpoint op de grens met Israël moeten we natuurlijk stoppen, en de agent vraagt ons om de koffer open te doen. Een krat met Palestijns Taybeh-bier dat we eerder in de Taybeh brouwerij kochten trekt zijn aandacht. De doos wordt opengescheurd en gecontroleerd en we mogen doorrijden. En passant zien we Taborberg en in de verte het Meer van Galilea. Tegen de avond zijn we in Sakhnin, een Arabische stad in Israël met 20.000 inwoners. Hoewel het de vierde grootste Arabische stad in Israël is, blijkt die nergens op de kaart te staan. Ook niet in Lonely Planet, foei! We verblijven de komende twee dagen bij Ali en Trees en een paar vrienden en familieleden hebben een bbq voorbereid. We eten in de Culture and Freedom Tent in de tuin.