donderdag 3 april 2008

Vrijdag 21/3 Baram, Iqrit en Akko

Deze voormiddag bezoeken we met onze gastheer 2 verwoeste Arabische dorpen in het noorden van Israël, vlakbij de grens met Libanon. Het eerste dorp is Baram. De resten van dit dorp liggen in een Nationaal Park. Prachtige omgeving en een indrukwekkend landschap, ideaal voor een picnic. Maar we mogen de realiteit niet uit het oog verliezen. Een gebied tot nationaal park uitroepen heeft niet zozeer te maken met natuurbehoud. Voor de Israëlische autoriteiten is het een handig middel om de terugkeer van de oorspronkelijke bewoners (Arabieren) tegen te houden. We moeten zelfs inkom betalen (12 shekel) om het domein te betreden en Ali maakt zich daar heel boos om. Uiteindelijke wordt er iets ‘onder tafel’ geregeld met de parkopzichter (een ex-soldaat volgens Ali). Net voor het verwoeste dorp staan de resten van wat op een Romeinse tempel lijkt. Maar volgens een informatiebord zou het een oude joodse synagoge zijn wat meteen de duizenden jaren oude aanwezigheid van joden bewijst (‘wij waren hier eerst, lang vóór de Arabieren’). Het infobord rept met geen woord over de Arabische aanwezigheid in het dorp Baram, nauwelijks 60 jaar geleden. Of de ruïne nu wel of niet een synagoge was (een lange Hebreeuwse inscriptie uit de tempel zou in het Louvre liggen, en er wordt verwezen naar allerlei archeologische opgravingen,…) doet eigenlijk niet echt ter zake. Feit is dat Baram net als vele andere dorpen in 1948 van de kaart is geveegd door Israëlische soldaten en dat daar met geen woord wordt over gerept. Vaak heeft men het over de ‘evacuatie van de bevolking’! En wat Baram betreft wordt dit effectief ook zo weergegeven in de Lonely Planet! In mijn ogen een sterk staaltje van ‘rewriting history’, wat men wel vaker tegenkomt in langdurige conflicten over land. Het wandelen tussen de ruïnes van Baram heeft wel wat van een primitieve vorm van ‘urban exploration’ en het levert een pak mooie foto’s op. Maar de geschiedenis is natuurlijk tragisch en ik merk bij mezelf dat door het te zéér focussen op de huidige problemen in de Westbank de Nakbah in 1948 wat op de achtergrond is verdwenen. Maar we staan nu wel degelijk op een plaats (net als vele andere dorpen) dat 60 jaar geleden voor een kantelmoment stond in de geschiedenis van de hele kwestie. We nemen de tijd om alles in ons op te nemen en wanneer we terugkeren naar de bus merken we een Israëlische gids met drie Amerikaanse toeristen op bij het infobord over de ‘synagoge’. Die gids spreekt enkel over de offciële geschiedenis en Selwa en Ali kunnen niet nalaten zich te mengen met de vraag om het volledige verhaal te vertellen. Die gids ziet de bui al hangen en tracht heel diplomatisch een discussie te vermijden. Uiteindelijk doet hij een opmerkelijke uitspraak (of een bekentenis?): ‘sometimes archeology is politics’. Het Amerikaanse trio staat er wat verdwaasd bij en we zullen hen later nog tegen het lijf lopen in Akko.





Daarna bezoeken we Iqrit. Zelfde verhaal: een Arabisch dorp, volledig verwoest en enkel nog wat stenen. Het ligt op een heuveltop en we zien recht voor ons de eerste Libanese dorpen en rechts, in de verte, de besneeuwde toppen van de Golanhoogte. Links, bij goed weer, kun je waarschijnlijk de Middellandse Zee zien. Het uiterste noorden van Israël is uiteindelijk maar een smal gebied als je de kaart bekijkt. Na een lunch ter plaatse rijden we richting Middellandse Zee (de kuststrook boven Haifa en Akko, vlak aan de kustgrens met Libanon). We rijden door een vrij dicht bebouwd gebied nu, met hier en daar wat industrie en kantoorgebouwen. Maar hier en daar, tussen de moderne gebouwen in, zien we een Arabische villa, een kerk en ook een moskee. Volgens Ali kon je vorig jaar nog de grond rond de moskee nog betreden, maar nu staat er een bord met ‘betreden op eigen risico’. En dat risico nemen we niet… De grens met Libanon is een toeristische trekpleister. Er staat een muur met een pijl die naar links wijst ‘Jeruzalem 205 km’ en een pijl die naar rechts wijst ‘Beirout 120 km’. Vroeger reed er een trein nog van Beiroet naar Jeruzalem dat voor het grootste gedeelte de kust volgt. Maar nu is de grens potdicht en enkel VN-personeel wordt er af en toe nog doorgelaten.



Na wat pootjebaden sluiten we de dag af in Akko. Maar ook deze huidige Israëlische grote stad kan zijn geschiedenis niet ontkennen. Akko was en is Arabisch. De dagjestoeristen zijn ook allemaal Arabisch. Tussen de opmerkelijk goed verzorgde suq en de jet- en waterskitoestanden voelen we ons toerist. En terug bij gastvrouw en –heer Trees en Ali in Sakhnin schuiven we weer aan voor het (zeer) uitgebreid avondeten. Ik rook met Jan drie waterpijpen na elkaar en een oud-muzikant zorgt voor wat sfeer. Een journalist komt er ook bij zitten en stelt eerst aan Selwa, en dan ook aan de hele groep wat vragen en neemt foto’s. Er verschijnt binnenkort dus een artikel over ons bezoek in de lokale pers.